Drewes Meinema

 

“Het lijkt wel op herhaling”, zei hij. Hij lag op bed in de woonkamer. Zijn vrouw had daar meer dan vijf jaar geleden óók gelegen. Hij voelde wat zij moest hebben gevoeld: dat zijn levenseinde naderde. “En eigenlijk is het onbegrijpelijk.”, vervolgde hij.

Drewes was een paar maanden eerder gevallen. Hij had moeten revalideren in de Twaalf Hoven. De Coronatijd was uitgebroken en dat was ingewikkeld geweest. Hij was dan ook blij toen hij naar huis kon. Het leven tegemoet!

Maar zo ging het niet. Drewes knapte niet verder op, hij werd erger ziek. Tot zijn grote schrik, en tot verdriet van zijn kinderen, hoorde hij dat hij ernstig ziek was. En dat er medisch niets meer voor hem te doen was. “Dan wil ik naar huis”, was zijn nuchtere conclusie.

Het zijn bijzondere weken geweest, waarin zijn kinderen steeds bij hem waren. Ze lachten samen. Ze huilden samen. Het was mooi. En het was verwarrend. Steeds keerde de vraag terug, hoe het nou kon dat Drewes onverwacht zó ziek bleek te zijn.

“Ik heb een mooi leven gehad”, vond hij. Hij dacht aan zijn huwelijk met Janny. En aan de tuinderij. Hij had zijn werk met zo veel plezier gedaan. “Het was hard werken”, vertelden later zijn kinderen: “We hielpen allemaal mee”. En je was niet altijd zeker van je inkomen. Zijn vader had hem ooit gevraagd of het wel verstandig was, bloemen te gaan kweken. Bloemen waren immers luxe. Groenten, die hadden mensen altijd nodig. Maar een bloemetje? Drewes wist wat hij deed. Hij was opgewekt. Hield van een grap. Leverde mooie bloemen af. En was stipt. “Als hij vroeg in de morgen naar de veiling ging en je wilde mee, dan moest je op tijd klaar staan”, zei zoon André. “Hij riep je wakker. Nog eens. Maar was je er niet, dan reed hij uiteindelijk weg.” En zo had André de vrachtwagen van zijn vader wel eens nagekeken. Hij was te laat uit bed gekomen.

In de dienst vol dankbaarheid en vol verdriet werd een gelijkenis gelezen. Over de dienaren die ijverig het huishouden onderhouden zo lang de Heer weg is. We herkenden er Drewes in. Zijn nauwgezetheid, zijn bescheidenheid. Zijn dochter Jeanet vertelde over zijn muzikaliteit. Hij heeft lang orgel gespeeld. En in alles kwam steeds dat vleugje gein mee, dat hem zo had getekend.

Terwijl kaarsen voor Drewes en voor Janny werden aangestoken speelde Geert Doornbos “Ik ga slapen, ik ben moe”. Het was het lied dat de kinderen samen met Drewes hadden gezongen toen hij in slaap werd gebracht. Hij had nog gezwaaid en langzaam sliep hij in. 15 juli.

Drewes werd 81 jaar.

 

We wensen de kinderen en alle kleinkinderen toe dat de herinneringen aan hun vader en hun opa, opa Bloemetje, hen zullen zegenen. Maar ik hoop vooral dat zijn eenvoudige vertrouwen dat het wel goed komt omdat je gedragen bent in de handen van God, dat dát vertrouwen met jullie mee zal gaan.

 

Ds. Sybrand van Dijk