Een paar woorden voor Onderweg

 

Iemand vroeg zich al af: “Marleen, het is augustus maar jij neemt ons mee naar kerst. Hoor ik dit goed?”. Ja, ze hoorde het goed. Ik was alleen vergeten om de aanleiding te vertellen.

Dit was tijdens de eerste oecumenische vesperviering in de Onze Lieve Vrouwe Kerk te Tinallinge. Deze viering viel op 16 augustus, 1 dag na 15 augustus, de dag van Maria’s Tenhemelopneming ofwel Onze-Lieve-Vrouw Hemelvaart. Tijdens een klassieke vesperviering, ofwel een avondgebedsdienst is het gebruikelijk om Maria’s loflied met elkaar te zingen. Dus hoe vanzelfsprekend werd het om dan tijdens deze eerste viering in “de kerk van Maria” (OLVK) dit prachtige loflied als uitgangspunt voor de meditatie te nemen …..

……… hierbij als woorden voor onderweg: “Kerst in augustus”. We lazen Lucas 1: 39-56 uit de Willibrordvertaling, editie 2012 “Maria bij Elisabet; Maria’s loflied”       

 

Maria’s loflied                                                       (Lucas 1: 46-56)

‘Met heel mijn hart roem ik de Heer,

47met al mijn adem juich ik om God, mijn redder;

48want Hij heeft omgezien naar zijn dienares in haar geringheid.

Voortaan prijzen alle generaties mij gelukkig,

49want grote dingen heeft de Machtige met mij gedaan.

Heilig is zijn naam,

50barmhartig is Hij, iedere generatie weer,

voor wie Hem eerbiedigen.

51Hij heeft de kracht van zijn arm getoond,

wie zich verheven waanden, heeft Hij uiteengeslagen.

52Machthebbers heeft Hij van hun troon gehaald,

geringen gaf Hij een hoge plaats.

53Hongerigen overlaadde Hij met het beste,

rijken heeft Hij met lege handen weggestuurd.

54Hij heeft het opgenomen voor Israël, zijn knecht,

indachtig de barmhartigheid die Hij,

55zoals aan onze vaderen toegezegd,

bewijzen wil aan Abraham en zijn nageslacht, voor eeuwig.’

 

Wat komen er ineens prachtige woorden over Gods grootsheid, goedheid en barmhartigheid uit deze jonge vrouw. Zomaar vanuit een in eerste instantie gewone begroeting tussen twee vrouwen. Maria heeft het over de kracht van de omkering van God. Dat wat klein en kwetsbaar is wordt groots, dat wat groots en machtig is wordt klein. Een kracht die als een rode draad door de Bijbel loopt. We horen het veel vaker en blijkbaar moeten we het blijven horen: voor God telt niet de aardse machten en krachten. Het gaat God niet om de aardse rijkdom en grootheid. Juist niet.

 

Het zit nu eenmaal in ons mensen. Dat daar waar sprake is van macht, het risico van machtsmisbruik op de loer ligt of onderhuids een rol speelt. Dat daar waar kwetsbaarheid is, ook het risico op verwaarlozing aanwezig is. In het groot en in het klein. Wij vinden het moeilijk om niet gelijk eerst aan onszelf te denken en steeds meer te willen hebben, om niet gelijk op onze strepen te gaan staan. We moeten er moeite voor doen om oog te hebben voor dat wat kwetsbaar en afhankelijk is. En hier zorg voor te dragen.

 

We konden het een tijdje met elkaar volhouden om de coronarichtlijnen op te volgen en extra zorg en aandacht voor elkaar te hebben. We waren er verrukt van. Hier gaat het om, zeiden we tegen elkaar. En dat klopt, hier gaat het om, hier werd/wordt iets van die omkering van God, van zijn Rijk in ons hier en nu zichtbaar. Het geeft energie, creativiteit en verbondenheid. Maar nu eigen belangen en eigen plezier weer meer ruimte hebben gekregen, is het lastiger om vast te houden. We hebben een reminder nodig. Een stem die zegt: “Keer je om en kijk weer goed om je heen. Blijf waakzaam en zie weer om naar elkaar”. Een stem die spreekt, die oproept. Net als in de Bijbel moet de oproep herhaald worden.

In Lucas 1: 39-56 spreken twee vrouwen. Maria’s lofzang kwam naar boven toen ze Elizabeth haar woorden hoorde. En Elizabeth begon te spreken toen ze Maria’s groet hoorde.

Twee vrouwen spreken hier met elkaar. Maar we kunnen denk ik gerust zeggen God spreekt hier via hen. Elizabeth kon vervuld door de heilige Geest, ineens tegen Maria zeggen: ‘Gezegend ben jij onder de vrouwen, en gezegend is de vrucht van je schoot. Waar heb ik het aan te danken dat de moeder van mijn Heer bij mij komt? Maria hoorde dit aan en het is net of ze zich ineens realiseert welk Godswonder er in haar plaat vindt. Ze heft haar loflied aan...

 

Twee vrouwen spreken elkaar aan. En in dit elkaar aanspreken komt het Godsverhaal naar buiten. Krijgt het ineens woorden. Wordt het ineens tastbaar aanwezig. Maria schets mooie woorden over de kracht van Gods omkering terwijl het Godswonder in grootse nietigheid en in haar eigen nederigheid en overgave in haar groeit. Is het niet veel vaker zo, ook nu in onze tijd dat God zich laat horen en zien via mensen? En dat we dit elke keer weer opnieuw mogen en moeten horen. Juist via elkaar.

Veel goeds en hartelijke groet, Marleen Stokroos

(PS - Vesper op 11 oktober in Tinallinge met als voorganger ds. Adri Spelt, geestelijk verzorger en predikant in het UMCG)