Inlia

Een aanwinst voor Nederland

In de opvang van INLIA in Groningen steken gasten elkaar en INLIA vaak de helpende hand toe. INLIA-medewerker Jinke wil zo iemand die altijd klaar staat om te helpen, in het zonnetje zetten. “Want met iemand als Bryan mag je blij zijn als land. Hij is een aanwinst.”

Bryan probeert zichzelf nuttig te maken vanaf het moment dat hij opstaat (uurtje of zes). Schoonmaken, tolken, grasmaaien. Hij vindt het fijn om te helpen en soms kan hij een zakcentje bijverdienen. (Gasten mogen corveetaken in de opvang tegen vergoeding door een ander laten doen.) Zo sprokkelt Bryan geld bijeen voor zijn zesjarige dochter.

Zonder haar was hij doorgedraaid, zegt hij. “Ik houd vol voor haar.” Bryan heeft een posttraumatische stress stoornis, opgelopen in de burgeroorlog in Burundi in 2004 waar hij werd gemarteld. Zijn familie weet hem vrij te krijgen; daarna moet hij vluchten en belandt in Nederland. Hij krijgt een tijdelijke vergunning, zoals destijds iedereen uit Burundi. Die wordt later opgeheven. Bryan doet een nieuwe asielaanvraag en ontmoet in Ter Apel een Congolese weduwe. Zij krijgt in 2012 asiel en mag in 2013 haar vier kinderen over laten komen. Met haar krijgt hij een dochter. Bryan vadert over alle vijf kinderen.

“Hij is zo’n zorgzame vader”, zegt begeleider Anne, “Hij brengt zijn dochter overal naartoe en ook de andere kinderen helpt hij met alles.” Bryan zelf haalt zijn schouders op: “Ik ben blij als ik iets kan doen voor mijn kinderen. Als iemand iets nodig heeft, is het toch fijn als je kunt helpen? Ik kan geen nee zeggen.”

Geen nee kunnen zeggen is niet een probleem waar de Nederlandse overheid mee kampt. Ook Bryans derde asielaanvraag wordt afgewezen. Maar er gloort hoop: inmiddels kan Bryan een beroep doen op verblijf op basis van gezinsleven. Volgens de juristen is dat kansrijk. Bryan wil dan de opleiding tot monteur afmaken. Zodat hij echt voor zijn gezin kan zorgen. En INLIA mag hem heus nog wel eens vragen om bij te springen.

 
 

INLIA

Je wil je kind veilig op laten groeien

 

Ze zijn deze maand 18 jaar in Nederland, de Burundese Sophie en haar dochter Solange. 18 jaar van onzekerheid en steeds verkassen. Toch is Sophie al 9 jaar vrijwilliger in een zorgcentrum en is Solange bijna klaar met haar studie HR-management.

 

“Als je een kind hebt, wil je dat het veilig opgroeit”, zegt Sophie. Daarom vlucht ze in 2003 met de 7-jarige Solange uit de oorlog in Burundi. Die heeft dan al dingen gezien “die een kind niet hoort te zien”. Waarheen ze vluchten, weten ze niet. Uiteindelijk belanden ze in Nederland, in een tijdelijke opvang; een tentenkamp.

 “Wij dachten: we zijn thuis, we zijn veilig”, Sophie lacht om haar eigen naïviteit. Thuis zijn ze nog lang niet. Vanaf dan is het steeds een half jaar hier, een paar jaar daar. Zo zitten ze 8 maanden in Vertrekcentrum Vught. Solange mag er niet naar school; een grote straf. Burundi weigert hen, ze worden op straat gezet en zwerven rond.

 

Ergens onderweg raakt Sophie haar identiteitskaart kwijt. Bij een politiecontrole worden ze daarom vastgezet. Solange is 14 jaar. Na een week worden ze in Vertrekcentrum Ter Apel geplaatst. Daar worden Sophie en Solange na 1,5 jaar opnieuw op straat gezet. Weg kunnen ze niet, dus wil Sophie dat haar kind hier een toekomst kan opbouwen.

Ze doen met hulp van INLIA een nieuwe aanvraag. Een eerste beroep op het Kinderpardon wordt afgewezen en ook bij de afsluitingsregeling van het Kinderpardon vangen ze aanvankelijk bot. Sophie doet al jaren vrijwilligerswerk in de ouderenzorg, Solange is hier geworteld, maar het doet er niet toe.

Moeder en dochter gaan in beroep. Op 20 januari gebeurt het ongelooflijke: de advocaat bericht dat ze een verblijfsvergunning krijgen. 9 februari halen ze hun pasjes op. Urenlang kijken ze er gelukzalig naar. “Het is heel gek om ineens na te kunnen denken over wat je wil. Voorheen werd je wakker en dacht je ‘wat gaat er vandaag weer gebeuren?’ Nu kijk ik heel anders tegen het leven aan”, zegt Solange.

Haar moeder luistert met een grote glimlach. Eindelijk gelukt.