Gedicht

Kijk s nachts eens naar de hemel.
Zie de sterren, ontelbaar,
lichtjaren bij ons vandaan:
allemaal het werk van God.
Honderd miljard sterrenstelsels
elk met ook weer zon honderd miljard sterren. 
Honderd keer meer dan de zandkorrels op aarde. 
En dan zijn er nog ontelbare sterrenstelsels
zo ver weg dat hun licht 
ons nog niet heeft bereikt. 
Zo groot is het heelal.

Zoom nu maar weer in op onze kleine aarde, 
op ons piepkleine Nederlandje.
Op jouw stad of dorp.
De school. Het klaslokaal.
Op jou.
Je hand. Je vingertop. Een cel in je vingertop. 
Een DNA-molecuul in die cel.
Die bevat een landkaart aan gegevens
over wie jij bent: de kleur van je ogen,
het aantal haren op je hoofd,
je talent voor muziek, techniek of taal.

Kleiner dan het kleinste stipje in het heelal ben je, 
toch heb je hersens gekregen,
een vrije wil, een geweten, bewustzijn
waarmee je je wereld vorm kunt geven,
en een beetje mooier kunt maken.

Zo groot, dat heelal met al die sterren, 
zo klein, wij, stipjes op die kleine planeet 
en toch, hoe nietig we ook zijn,
God ziet ons, ziet jou,
houdt van elke cel van jou,
van wie je was,
en bent,
en ooit nog worden zal.