In memoriam        Abraham Afman

 

 

 

Geboren 11 juli 1937 te Baflo –

Overleden 9 juni 2020 te Appingedam

 

Tel uw zegeningen

Joh. den Heer 256

’t Is goud zo

 

“Vaders sterven niet. Ze glijden hooguit naar de overkant. Ze leven verder in wie blijft in woorden en gedachten, en verhalen, gevoel en tederheid”. Dit schreef de familie op de kaart. Rondom de uitvaart bleek dit ook zo te zijn. Vele verhalen en gevoelens passeerden de revue.

Het was nog zo kortgeleden dat we van Janna, Bram zijn vrouw afscheid namen. En nu moesten we 10 maanden later afscheid nemen van Bram. Bram was tijdens het sterfbed van Janna naar een zorgcentrum te Kollum verhuisd. De zorg was er goed, maar zet een olle Grunneger tussen olle Friezen, dat aardt niet met elkaar. Na een aantal maanden verhuisde Bram naar Appingedam. Daar ging het beter. Hij had meer aansluiting, genoot van het klaverjassen, ging daar naar de kerkdienst en at een visje bij Termunterzijl. Toch liet zijn lichaam het steeds meer afweten. En toen hij tot twee keer toe viel en zijn heup brak, kwam hij te bed. Ook de coronatijd, zonder bezoek deed hem niet goed. In zijn laatste weken mocht er gelukkig weer wat familie langskomen. Maar Bram voelde dat het niet goed met hem ging. t Is goud zo, waren één van zijn laatste woorden, waarna hij op dinsdag 9 juni overleed.

Tijdens de dienst van Janna, haalden we Ruth en Naomi aan. Dit prachtige verhaal bleek te verbinden bij het leven van Janna en Bram. Voor de dienst van Bram probeerden we opnieuw een Bijbels verhaal te vinden die zou passen bij Bram. Zoon Jan dacht aan Job. De man die net als Bram door donkere tijden is gegaan, maar ondanks dit toch wist te volharden in zijn geloof en vertrouwen in God. De man die uiteindelijk na veel ellende stierf als een gezegend man. Job had goed gepast maar we konden niet die ene pakkende tekst vinden die “én de ellende én het geloof” in één schriftlezing verwoordt.

Het boek Job kent zo goed hoe het leven, met al haar golven van goedheid en narigheid niet altijd synchroon loopt met het ervaren van Gods nabijheid, kracht en troost. Soms voelen we niets van God op die momenten wanneer we er juist naar hunkeren. En toch is er dat geloof en vertrouwen, dat God ons door het leven heen draagt, juist wanneer het moeilijk is. Een gedragenheid die we soms, al is het maar heel even ineens verrassend onverwachts kunnen ervaren. Die uit een hoek kan komen die we niet hadden verwacht of niet eerder zo hadden gezien.

Job legden we naast ons neer. We vonden andere woorden in Bram zijn Bijbel. Het verhaal over de voetstappen in het zand, waarin het gaat over deze gedragenheid door God. Jantje had het in het ziekenhuis onder haar vaders hoofdkussen gelegd toen hij aan zijn hart werd geopereerd. Het briefje was bewaard gebleven. In Bram zijn Bijbel zat ook een gebed voor mijn kinderen dat we in de dienst samen baden. En er was een gedichtenbundel met aangekruiste gedichten, zoals het gedicht:

 

Schuilen bij het kruis.

 

Te voet ging ik door een beboste streek

En vond een kruis langs groen omzoomde paden

Een plek waar troost gezocht werd, mensen baden

om kracht voor dat wat zwaar te dragen leek.

En op de dwarsbalk zag ‘k een vogelnest

waar ’t moederdier geduldig zat te broeden.

Is dat instinct?, of zou ze soms vermoeden?:

dit plekje hier is beter dan de rest?

 

Straks komt het broedsel uit en vliegt ze heen

om voor haar jongen voedsel te vergaren.

Het veilig nest behoedt hen voor gevaren:

Hier zijn ze wel-bewaard en niet alleen.

 

Ach Heer, laat zo mij schuilen bij uw kruis,

Waar ik bewaard ben tegen boze machten;

Waar ik mag rusten

in ’t door U volbrachte Verlossingswerk,

tot U mij haalt naar Huis.

 

Van: Nellie Vermeulen

Uit:   Bloemen langs de weg

 

Woorden die staan voor Bram zijn geloof waarin je mag schuilen als het moeilijk is. De kinderen vertelden dat er thuis nooit echt met elkaar gesproken werd over het geloof en wat je bezielde en bewoog. Des te waardevoller is het dan om in de woorden van een lied, gedicht, gebed, woorden van betekenis van je vader terug te vinden.

Vaders sterven niet. Ze glijden hooguit naar de overkant. Ze leven verder in wie blijft in woorden en gedachten, en verhalen, gevoel en tederheid.

Bram was een geboren en getogen Bavvelder. Groeide op in een gezin van zeven kinderen. Maar nog belangrijker hij groeide op binnen het transportbedrijf Afman. Zijn vader was het bedrijf ooit begonnen met bok en wagen. Vervolgens met paard en wagen. Na verloop van tijd kwam de eerste echte vrachtwagen wat uitgroeide naar een waar vrachtwagenpark. Transportbedrijf Afman werd in Baflo een begrip. Zodra hij maar kon, reed Bram in de vrachtwagen in Baflo rond. Met een kussen onder zijn kont zodat hij wat groter leek voor de plaatselijke politie, want een rijbewijs had hij natuurlijk nog helemaal niet. Vanaf zijn 14e begon zijn leven in de cabine, een leven dat hij met volle inzet deed totdat zijn lichaam echt niet meer kon. Het werk deed hij met hart en ziel maar vroeg veel. In die paar gesprekken die ik met Bram heb gehad heeft hij zeker zes keer verteld hoe zwaar de zakken waren die hij in en uit de vrachtwagen moest dragen. En hoe weinig hulp hij hierbij soms kreeg. Dit waren voor hem belangrijke verhalen. Dat zijn lichaam het niet vol kon houden is geen raar verhaal.

Maar toen hij nog jong en krachtig was ontmoette hij Janna op de kermis in Winsum. Hij ging net zolang achter haar aan dat zij hem ook zag zitten. Met verbazing concludeerde Janna: “Ik heb een ware Afman aan de haak geslagen”. Hier begint het verhaal van Janna en Bram en de vergelijking met Ruth en Naomi. Het is niet zo voor de hand liggend om het verhaal van een man te vergelijken met het verhaal van een vrouw. Maar Bram’s leven is te vergelijken met het leven van Naomi. En het verhaal van Naomi kent weer overeenkomsten met Job. Naomi betekent de gelukkige. Bram was gelukkig met Janna. Een huwelijk van 60 jaar. Ze kregen vier kinderen. Kinderen die ook opgroeiden tussen de vrachtwagens, de dieselgeur, de Gulfpomp en de chauffeurs. Doe opgroeiden met alles wat werd vervoerd, de flesjes Exota, chips van de chipsfabriek, doperwten en ras patat van de patatfabriek. Pa was de financiële drager van het gezin, maar echt tijd en aandacht voor het gezin was er weinig. Want een chauffeursleven betekent ook een hele week van huis. In het weekend auto’s wassen en bijslapen. Naar de voetbal en de kerk en dan weer voor een week de weg op. Rond zijn 50e kon Bram niet langer. Hij moest stoppen, wat een grootte leegte in hem bracht. Het Afman transportbedrijf raakte verloren. Naomi werd hier Mara de bittere, zoals Naomi zichzelf ging noemen toen zij veel aan het leven verloor. Er kwam een bittere tijd voor Bram. Waarin Janna achter hem bleef staan, zoals Ruth Naomi volgde. De bitterheid heeft Bram zijn leven gekleurd en daarmee ook het leven met Janna en het gezin.

En toch kwam er ruimte voor een nieuw weg. Janna ging met Bram mee zoals Ruth met Naomi meeging. Er kwamen nieuwe dingen en in de loop van de tijd werd Mara weer Naomi, kwam er weer glans in het leven van Bram. Ze gingen samen reizen. Het mooie in de wereld ontdekken. Australië, Jordanië, Egypte. En er kwamen kleinkinderen. Genieten van samen uren met auto’s spelen en samen stenen verzamelen. Bram genoot van de kostbare momenten met zijn gezin, samen genietend van de veel te kleffe cake en de dikke juliennesoep met balletjes van Janna. Bram kon schaterlachen met zijn achterkleinkind. En hij vond ook nieuwe zin binnen de kerk. Binnen de Immanuelkerk heeft Bram vele voetstappen gezet als diaken en in andere klussen die gedaan moesten worden. De Immanuelkerk was zijn kerk. Daar had hij geleefd en vandaaruit wilde hij begraven worden.

Inherent aan het leven werden Bram en Janna ouder. En dit kwam met gebreken. Ziekte vroeg haar tol. Iets dat voor hen beiden moeilijk onder ogen was te zien. 60 jaar hebben ze zich samen vastgehouden aan het leven en aan elkaar. Een leven waarin ze hun zegeningen wisten te tellen. Zegenen betekent ook wel benedictie. Bene betekent goed en dictie is zeggen. Benedictie is dus goede dingen zeggen. Als God ons zegent, zegt hij goede dingen tegen en over ons. Als wij elkaar een zegen toewensen, wensen we elkaar het goede toe.

60 jaar hebben Bram en Janna samen geleefd. Janna overleed zo’n 10 maanden geleden. Bram op 9 juni. Een van zijn laatste woorden waren “’t Is goud zo”. Letterlijk betekent dit “ik ben een gezegend man”.

Met deze woorden hebben we op maandag 15 juni binnen een kring van dertig mensen het leven van Bram geëerd. Vervolgens hebben we met meer mensen, hem naast zijn vrouw Janna ter aarde en in Gods hand gelegd.

 

Marleen Stokroos