In memoriam: Berendientje Beukema-Kraeima    

 

Geboren 29 februari 1924 te Losdorp

Overleden 1 december 2020 te Groningen

 

“Want door genade zijt gij behouden”

Efeze 2:8

 

Waar de kinderen al heel lang bang voor waren gebeurde uiteindelijk, moeder viel en brak haar heup. Ze werd geopereerd, het leek eerst goed te gaan, maar haar lichaam bleek te kwetsbaar om hiervan te herstellen. En toch stierf ze sneller dan verwacht. Haar zoon Nico was nog net bij haar geweest. En dochter Henny met man Jan konden er niet meer tegen rijden. Ze overleed alleen, maar ook niet alleen. Ze overleed in vol vertrouwen dat de Heer haar opwacht. Ze overleed in de woorden waar ze mee geleefd had. Zoals de woorden van psalm 146: 6 waar ze in 1948 met haar geliefde man Broer Gerrit Beukema mee werd getrouwd. Gelukkig wie de God van Jacob tot hulp heeft, wie zijn hoop vestigt op JHWH, zijn God

Berendientje kwam op 29 februari 1924 samen met haar tweelingbroer Jan ter wereld in het bakkersgezin van bakker Kraeima. Het was een warm gezin met tien kinderen waar altijd roering was. In de oorlog hielp Berendientje in het gezin van haar oudste broer Jacob, die een bakkerszaak in Warffum had. In die tijd leerde ze Broer Beukema uit Baflo kennen, waar ze mee trouwde en een schoenmakerij in Warffum mee runde. Tussen 1950 en 1953 kwamen hun drie kinderen, Jaap, Nico en Henny. Toen in 1954 Broer zijn vader overleed namen ze zijn schoenmakerszaak in Baflo over. En omdat Broer zijn zus hier ook in werkte kon Berendientje zich volledig wijden aan het gezin dat in 1960 met de geboorte van Jan werd verrijkt. Berendientje hield van zorgen voor haar man en kinderen en later voor de kleinkinderen. Het “zorgen voor” was de rode draad in haar leven en vanuit deze rode draad hebben we haar dan ook in de afscheidsdienst op 8 december herdacht.

In het verhaal van Henny over haar moeder stonden drie vet gedrukte zinnen. Uitspraken, levenswijzen van moeder: “zorgen is mijn lust en mijn leven. Dat zain wie den wel weer! Nait soezen, gewoon doun”. Het waren deze drie zinnen die haar zo karakteriseerde. De zinnen bleken opmerkelijk dicht bij de door de kinderen gekozen Bijbeltekst te liggen. We lazen met elkaar Filippenzen 4: 4-9, “omdat moeder vanuit een soort basaal Godsvertrouwen leefde zoals ze dat van haar ouders en familie heeft meegekregen” gaf zoon Jaap aan. Een Godsvertrouwen dat in deze brief van Paulus terug te lezen is. De brief van Paulus kent drie thema’s: het roept op tot vreugde, tot niet bezorgd zijn en aandacht schenken aan dat wat goed is. We legden een verband met Berendientje haar levensfilosofieën. “Zorgen is mijn lust en mijn leven; door er te zijn, door in het gezin te zorgen voor vastigheid en structuur en te zorgen voor het eten, voldoende eten opdat er ook nog meegegeven kon worden. Zorgen voor plezier als de kleinkinderen kwamen, voor aandacht en betrokkenheid, dit alles gaf Berendientje vreugde.

Niet bezorgd zijn: Berendientje leefde bij de dag, wilde niet vooruitkijken. Ook niet toen het zelfstandig wonen de laatste jaren in Baflo eigenlijk niet meer ging; dat zain wie den wel weer! Ze wilde niet nadenken over wonen op een plek met de nodige zorg. Maar toen ze halverwege 2019 in de Zuiderflat ging wonen bleek ze heel snel daar een nieuw thuis te hebben gevonden. Het ‘dat zain wie den wel weer!’ gaf haar kwetsbaarheid maar ook kracht. Ze nam de dingen zoals ze waren. Zat niet bij de pakken neer. Ook niet toen ze in 1986 veel te vroeg haar man verloor. Ze droeg dit grote verlies in zichzelf. En waarschijnlijk ook in het: vraag God wat u nodig hebt. Dank hem in al uw gebeden, hij zal u vrede geven, zoals Paulus schrijft. Dat bracht ons in de dienst naar de derde vetgedrukte zin van Henny over haar moeder: nait soezen, gewoon doun”. Berendientje kende vrede. Ze was misschien niet altijd even tactisch, maar ze had vertrouwen in het leven en in mensen. De kinderen zeiden het heel mooi, ze kon de genade die ze ervoer, zelf doorgeven.

Ze kon zien en aandacht geven aan dat wat goed was! Het derde thema van de schriftlezing. Dat bleek voor haar man Broer wel eens handig, want ondanks dat Berendientje zich niet met de winkel bemoeide was zij degene die de centen binnen haalde bij hen die achterstallige betalingen hadden uitstaan. Want opkomen voor recht is ook een vorm van zien wat goed is. Henny eindigde haar verhaal tijdens de dienst met dat haar moeder gestorven is zoals ze geleefd heeft; ofwel “nait soezen, gewoon doun”. Het was goed zo, zei ze. Ze heeft een lang en goed leven gehad. Een leven in genade dat haar ruimte gaf voor genade en zorgen voor.

Er stond een prachtig boeket witte rozen bij haar kist, met één rode in het midden. De rode stond symbool voor alle liefde van en naar Berendientje. Deze roos ging mee haar graf in. Na de dienst nam ieder familielid een witte roos mee naar huis als symbool voor hun verbondenheid met Berendientje en met elkaar. Wij wensen de familie veel sterkte in hun verlies en een koesteren van alle herinneringen toe. Dat de zorg en genade van Berendientje hen over de dood heen mag blijven voeden.

Marleen Stokroos