Een paar woorden voor Onderweg

 

Ik heb nog één vlog voor u om mee te nemen voor onderweg. Vlog 6 van 27-5-2020. Het is niet de langste vlog, maar misschien wel de moeilijkste. In die zin kan het voeding voor drie maanden Onderweg zijn. De vlog gaat over “het gegeven worden”. De vierde beweging van de vier bewegingen die Henri Nouwen ziet voortkomen uit het Heilig Avondmaal. De bewegingen die hij doortrekt naar een omarming van jezelf en de ander vanuit de omarming van God.

Mijn vorige vlogs beschreven de eerste drie bewegingen; het uitverkoren, gezegend (vlog 3) en gebroken (vlog 4) worden Ik wijdde een extra vlog (5) aan je gebrokenheid weer onder de zegen brengen. Iets dat helpt om te kunnen komen tot de vierde beweging het gegeven zijn (zie Onderweg van juni).

“Gegeven zijn”, het mooie van deze woordencombinatie is dat het niets zegt over wie aan wie geeft.

Nouwen zegt:

U en ik zijn er niet voor onszelf. Ik ben er voor u, u bent er voor mij. Jezus vraagt ons niet om in ons leven succesvol te zijn maar om vrucht te dragen. Zoals hij zelf vrucht droeg. Voor zijn hemelvaart zie hij dat het goed is dat Hij gaat. “En als ik ga, stuur ik jullie mijn Geest, mijn adem, mijn liefde, mijn nabijheid. De Geest leidt jullie naar de volle waarheid, belofte, aanvaarding, eenwording en naar het dragen van vrucht”. Vrucht dragen in het aan elkaar gegeven zijn. Want in gemeenschap met anderen kunnen wij iets van Gods stem horen en Zijn liefde handen en voeten geven.

Maar Nouwen plaatst hierbij de volgende kanttekening; Je kunt pas in gemeenschap leven als je voelt dat je geliefd bent bij God. Ik vind dit een ferme uitspraak. Er lopen toch heel wat mensen hier op aarde rond, die niets met God hebben en wel in goede gemeenschap leven. Tenminste zo lijkt het, want daarin zien we meestal alleen de buitenkant. Toch herken ik wel iets in de uitleg die Nouwen hierbij heeft. Veel mensen gaan vanuit eenzaamheid een huwelijk, een relatie, een vriendschap of een andere vorm van gemeenschap met elkaar aan.

Vanuit het “ik heb iemand nodig die van mij houdt, om mij geeft, belangstelling voor mij heeft”. En dan is daar iemand anders die ook eenzaam is en ook belangstelling en genegenheid zoekt. We vinden elkaar, maken vriendschap, maken liefde, gaan samen dingen doen. Het is de eenzaamheid die bindt. Maar meestal blijft ons innerlijk leed. Na een tijdje kan er wrijving en teleurstelling ontstaan. “Jij bent toch anders dan ik had gehoopt. Sommige dingen begrijp je niet. Je bent er niet voor mij”. We worden bezitterig naar elkaar. Onze liefde wordt boosheid, onze zoenen worden beten, luisteren wordt afluisteren. Tederheid wordt wantrouwen.

Nouwen spreekt uit ervaring. Hij heeft veel met deze gevoelens geworsteld. Dat vind ik ook zijn kracht, dat hij heel openlijk schrijft over zijn eigen kwetsbaarheid. Nouwen zegt dus, je kunt pas in gemeenschap leven als je voelt dat je geliefd bent bij God.

 

Ik blijf het een ferme uitspraak vinden en toch geloof ik wel dat als we Gods liefde werkelijk binnen laten komen dat we dan minder kwetsbaar en eenzaam zijn. Waardoor we makkelijker samen kunnen zijn zonder elkaars bezit te willen zijn. Waardoor we dicht bij elkaar kunnen zijn en elkaar kunnen geven. En dat in dit geven de stem van de liefde te horen is. Liefde die voortkomt omdat we zelf al iets van Gods liefde ervaren. Liefde die maakt dat we kunnen geven omdat we al onder de zegen leven. Elke dag weer, elke dag opnieuw.

Gegeven zijn.

Jezus zegt dat ons leven een geschenk is. Een geschenk voor onze familie en vrienden, maar ook voor mensen verder van ons vandaan en mensen die we nooit zullen zien en van wie we niets weten. Jezus vraag ons hierin niet om succesvol te zijn, maar om vrucht te dragen. Waarop Nouwen zegt: “Hoe kun je vrucht dragen zonder dood te gaan? Als een plant niet sterft, brengt hij geen vrucht voort”.

Nog zo’n ferme uitspraak. Moeten we echt eerst doodgaan? Met andere woorden moeten we echt alles loslaten dat op onszelf en ons eigen succes gericht is? Waar zijn we op gericht? De coronatijd heeft ons al heel wat bezinningstijd gegeven. Bezinning over wat echt belangrijk is. Bezinning over onszelf en waar we staan, als mens, als maatschappij, als land, als wereld. In deze vragen is het de Geest die ons kan helpen om een antwoord te vinden op wie we zijn, wat we willen doen, waar het om draait en hoe we vrucht kunnen dragen.

Op maandag 25 mei had Jolanda Tuma het in haar vlog over rusten en wortelschieten en even niet zo doenerig en op “corona-activisme” gericht zijn. Ze gebruikte het beeld van de druivenstruik die maar 3 maanden zichtbaar werkt en vrucht draagt. Maar ondertussen vindt in die andere negen maanden het wordingsproces tot vrucht dragen plaats. Ik vind dit een mooi beeld. Vrucht dragen doe je niet continue. Vrucht kunnen dragen vraagt tijd om te groeien en rijpen.

Op Hemelvaartsdag sprak ik over de 40 dagen die de leerlingen kregen om te rouwen na Jezus dood, maar ook de tijd die de leerlingen nodig hadden om Hem in nieuw licht te zien en waarin ze opnieuw hun roeping konden gaan verstaan.  Na die 40 dagen van groeien en rijpen zei Jezus in Handelingen 1: Krijg de Geest en zet het voort. Laat zien wat ik heb laten zien. Doe wat ik heb gedaan. Vertel wat ik heb verteld. Jullie zullen hiervoor de Geest ontvangen. Ga heen en zeg en leef het voort, de woorden over de levende God, over het leven en samenleven.

Tussen Pasen en Pinksteren liggen 50 dagen. Dus ook 50 dagen tussen het Laatste Avondmaal en het krijg de Geest. 50 dagen tussen die beweging die we kunnen zien in het licht van het uitverkoren, gezegend, gebroken en gegeven worden tot aan het dragen van vrucht. Tijd van worden en rijpen is ons gegeven om te komen tot gegeven worden.


 

 

 

Nouwen doet aan het einde het volgende advies.

Een advies waarmee ook ik mijn vlog reeks heb afgerond.

 

Als u s ’avonds naar bed gaat, kijk dat terug op de dag en vraag u af:

Op welk moment werd ik uitverkoren?

Waar werd ik gezegend?

Waar werd ik gebroken en waar werd ik gegeven?

Elke keer dat u ziet waar dat was, herkent u de aanwezigheid van God in uw hart.

Van zijn Geest in het centrum van uw wezen.

Dan weet u dat u de geliefde dochter of zoon van God bent en dat u zich vrij mag voelen.

Vrij om lief te hebben.

 

Daarom houd moed, heb lief en krijg de Geest.

 

Een hartelijke groet, Marleen Stokroos