Verhaal(tje)

 

‘In de middag waait in het hele land een matige westenwind,’ zei de weerman.
‘Matige westenwind? Dat maak ik zelf wel uit!’ brieste de wind. En hij blies hard precies de andere kant op. ‘Ik ben vrij om te doen wat ik wil. Kijk maar, nu ben ik een stormachtige oostenwind. En hé, wat dacht je van een tornado? Woeoeoeoeiiiii, daar draai ik mijn hand niet voor om.’
De volgende dag zei de weerman: ‘Ik had het mis gister, sorry. De verwachting voor morgen is zware storm, windkracht 10 uit het noordwesten. Maar helemaal zeker weet ik het niet.’
‘Ha,’ brulde de wind. Hij hield ervan om als een wilde over het land te razen. Om de golven op het IJsselmeer metershoog op te zwiepen en schuimvlokken over de dijk te blazen. Hij nam al een flinke aanloop. Toen bedacht hij zich. Liet hij nou weer dat miezerige weermannetje bepalen wat voor wind hij was? Mooi niet!
‘Ik waai waarheen ik wil!’ zei de wind. ‘En ik bepaal zelf hoe hard ik waai.’ Hij ging liggen. Doodstil. Geen zuchtje. 
Of toch. Eén zuchtje: ‘Eigenlijk had ik vandaag liever gestormd.

Maar ja, die weerman…’