Inlia

Werken in tijden van corona (2)

 

Door de corona-maatregelen werd het steeds stiller in de Tussen-Voorziening in Eelde.

Geen bezoek, minder activiteiten, maar gelukkig wel 'op berenjacht’.

 

 

Haar familie vindt het eigenlijk wel eng, dat ze nu werkt. Tussen de mensen ook nog. Maar Wil kan moeilijk níét gaan werken. Het is haar baan. En niet alleen de baas rekent op haar, ook de collega’s doen dat én de gasten in de Tussen-Voorziening. Dus thuisblijven is geen optie voor de 23-jarige woonbegeleidster van INLIA.

Ja, die paar weken toen ze keelpijn had en griepachtige klachten: toen is ze natuurlijk thuisgebleven. Tot het echt helemaal over was. Keurig volgens de richtlijnen. Waar ze die klachten nou had opgelopen, dat is de vraag. Op het werk is gelukkig verder niemand ziek geworden. En nu is ze dus weer terug op het honk: de voormalige Dutch Flight Academy in Eelde, waar INLIA-vluchtelingen met een verblijfsvergunning opvangt en voorbereidt op het leven in Nederland. Het is er veel rustiger dan anders, om niet te zeggen: uitgesproken bedaard.

 

Normaal bruist het hier van de activiteit. Kinderen die spelen en rondrennen, mensen die leren fietsen, vrienden die langskomen, vrijwilligers die lessen Nederlands geven en natuurlijk de ‘TuVoTalks’: workshops waarin vrijwilligers gasten bijpraten over het reilen en zeilen in Nederland. Denk aan onderwerpen als: wat doet een wijkagent, hoe werkt de ziektekostenverzekering, hoe kom je aan opleiding, stage of baan, wat zijn Nederlandse gewoonten en gebruiken die je moet kennen? Dat ligt nu allemaal stil.

Behalve dan dat de kinderen sinds vorige week gelukkig weer samen mogen spelen en sporten. Dat doen ze dan ook enthousiast. “Ze waren eraan toe geloof ik”, lacht Wil, terwijl op de achtergrond luide kinderstemmen - gillend van plezier - door de telefoon klinken. (Want ja: ook interviews moeten nu op afstand.) Ze gaan deze week op ‘berenjacht’ in Eelde; speuren naar teddyberen die mensen achter hun huiskamerramen hebben gezet. Kunnen ze tenminste wat energie kwijt.

 

Bezoek is nog steeds niet toegestaan, ook niet van vrijwilligers, dus ligt het programma nog grotendeels op z’n gat. Al zijn de vrijwilligers ondertussen wel heel drukdoende digitale lessen te maken voor iedereen. Daar kunnen de ouders dus binnenkort mee aan de slag. Het contact tussen begeleiders en gasten is er natuurlijk nog wel, maar noodgedwongen op afstand. Bij het luikje van de receptie (die ook binnenin is aangepast zodat de medewerkers 1,5 meter afstand kunnen houden) staan stippen op de vloer om gasten te wijzen op hoeveel afstand ze moeten staan. Ook de spreekkamers zijn heringericht om aan de richtlijn te voldoen.

 

“We moeten mensen er nog wel veel aan herinneren”, vertelt Wil, “Vooral onderling gaat het nog wel fout.” De hele groep die er nu zit, is in december uit Afghanistan hier gekomen. Ze zijn best close met elkaar. Een mens vergeet snel hoeveel afstand 150 cm eigenlijk is. En de gasten zijn erg gefocust op hun nieuwe situatie, in een nieuw land. “Maar ik moet zeggen: als iemand klachten heeft, letten ze heel goed op. Bij keelpijn, verhoging of verkoudheid houden ze zich strikt aan de quarantaine”, zegt Wil.

 

Nu de Ramadan is begonnen, zitten mensen overdag wat meer op hun eigen kamer, dat scheelt. “Maar nu moet je ’s avonds weer goed opletten.” Altijd wat natuurlijk. Het scheelt ook dat er nu minder mensen zitten dan normaal: vanwege de corona-uitbraak komen er geen nieuwe gasten binnen, terwijl mensen nog wel doorstromen naar woningen in gemeenten.  Zo wordt de TuVo steeds leger. “Steeds meer ruimte om afstand te houden”, zegt Wil. Hoogstwaarschijnlijk met een knipoog, al is dat door de telefoon niet te zien.