Veurbie?

 

‘Dij het zien tied had, neem hom mor mit’.

Dat werd jaren geleden tegen mij gezegd toen de Gereformeerde kerk in Baflo, de plaats waar ik geboren en opgegroeid ben, werd verbouwd.

Het ging over een ‘collectebuul’ met lange stok.

Daar hingen er zes van naast de toenmalige rode preekstoel.

Aan weerszijden drie.

Twee korte en een lange in het midden voor de lange banken.

In gedachten zie ik het nog voor me hoe tijdens het zingen jonge diakenen de stokken vaardig door de rijen schoven terwijl zij de psalmen mee zongen, want die kenden wij uit het hoofd.

Wip Kampinga, de vader van Janny kon het in mijn beleving het beste.

Die stond dan luid zingend naast mij: 'k Zal eeuwig zingen van Gods Goedertierenheên. Psalm 89:1.

Hoe zo, zijn tijd gehad? Eeuwig zingen zegt de psalmist!

De prediker spreekt er in hoofdstuk 3 over dat alles zijn tijd heeft, maar zegt niet dat het zijn tijd heeft gehad.

U vraagt zich misschien af wat dit te maken heeft met die lange ‘collectebuul’.

Nou ik vond het destijds wat vreemd, maar ik heb het ding toch maar meegenomen en thuis in het trapgat gehangen.

Weggooien kon voor mijn gevoel niet.

Het kwam immers uit de kerk en dan weggooien?

Toen de kerk van Westerbroek een jaar of 15 geleden is gerestaureerd hebben wij een nieuw koningsblauw zakje aan de stok gemaakt en daar een ‘K’ op geborduurd en voor de sier in de kerk gehangen naast de trap van de preekstoel.

Totdat het corona-virus kwam.

Nu wordt hij wekelijks gebruikt door de diakenen die inmiddels hun vaardigheid weer op peil hebben.

Ik mout zundoags dus voak even aan Bavvelt denken.

En loat wie veurzichteg wezen met zeggen dat dingen heur tied had hebben.

Dat geldt ook veur geloof en Kerk.

Vanoet Westerbrouk wens ik joe goie, gezegende doagen tou, juust nou komst van Jezus Christus viert word’n gaait.

Want ook dij het zien tied nait had.

Hai kwam en Hij komt!

Groutnis oet Westerbrouk, Klaas de Vries.