In memoriam Jantje Kruizenga-Jongman

 

“De Heer is mijn Herder”

 

Op donderdagochtend 21 februari overleed Jantje Kruizenga- Jongman in de leeftijd van 98 jaar. Het lag in de lijn van de verwachting dat Jantje zou overlijden. Ze raakte steeds meer in de binnenwereld van de dementie. Een binnenwereld die ook Jantje haar binnenwereld meer heeft laten zien. Een wereld waar ruimte was voor zachtheid en genieten van contacten, maar ook een binnenwereld die ervoor zorgde dat ze fysiek steeds meer inleverde. En toen eten en drinken niet meer ging en Jantje steeds meer sliep is ze in alle rust en met liefdevolle zorg van de Tiggelborg te Twaalf Hoven overleden.

“Het is goed zo”, zei zoon Jan. “Veilig in Jezus armen” stond er boven de kaart. Op 27 februari hebben we van Jantje afscheid genomen en haar ter aarde gebracht bij haar man Jan Geert Kruizenga.

98 jaar is een lang leven, bijna een eeuw lang. Denkend aan wat er in de afgelopen eeuw allemaal in Nederland, in de wereld, in het dagelijks leven is gebeurd, dan kan je het je nauwelijks voorstellen. Heden ten dage zijn wij op ontdekkingstocht naar digitale mogelijkheden, maar voor Jantje was het de eerste televisie, de eerste wasmachine, de eerste koelkast die zorgden voor een grote doorbraak in het dagelijks leven.

Jantje kwam ook uit een tijd en generatie, dat je niet over dingen sprak. De ommezwaai om je ziel en zaligheid met elkaar te delen begon pas in de jaren 60 en hier in het hoge Noorden nog later zo in de jaren 70-80. En dat was voelbaar tijdens het voorbereidend gesprek met zoon Jan en zijn vrouw Renny. Over een groot deel van Jantje haar leven was weinig tot nooit gesproken.

Wel was het leven van Jantje niet altijd gemakkelijk geweest. Een leven waarin ze al jong de verantwoordelijkheid droeg voor een jonger zusje, een leven dat zich heeft laten kennen door hard werken. Een leven op verschillende boerderijen, in Middelstum, in Saaxumhuizen, in Den Andel, in Tinallinge. En vervolgens wonend te Baflo met een tussenstop te Bedum, maar al snel weer terug in Baflo. Aan de Wilhelminalaan, aan de Sijtsmaweg. Totdat het wonen in Viskenij niet meer lukte en Jantje naar de Twaalf Hoven te Winsum verhuisde.

Op de boerderij ontwikkelde Jantje haar grote liefde voor dieren. En een leven met mensen. Hoe mensen met elkaar omgaan wordt meestal getekend door familiegeschiedenis op familiegeschiedenis.

 

Elke familie kent haar eigen kracht en haar eigen kwetsbaarheid. Voor Jantje betekende dit dat ze het moeilijk vond om haar hart, haar liefde, haar aandacht gelijkelijk te verdelen. Waardoor sommigen tekort zijn gekomen. En hier eigen wegen op hebben moeten vinden. De keerzijde was dat ze haar liefde juist heel goed kon richten. Zo kon ze juist een hele goede oma zijn. Een oma die zag wat je nodig had, een oma die ervoor je was. Een oma die voor je ging opstaan, juist omdat jij dat nodig had. Daar lag haar kracht.

Ook over geloof werd niet gesproken en toch moest geloof voor Jantje van grote waarde zijn geweest. Ze was trouw aan God en geloof en trouw aan de kerk.

De Heer is mijn Herder was dan ook niet voor niets de tekst die ze had gekozen bij het overlijden van haar man, Jan Geert in 2007. De Heer is mijn Herder werd ook nu de tekst waarmee we afscheid van haar hebben genomen. De Heer is mijn Herder het ontbreekt mij aan niets. Tijdens de dienst vroegen we ons af of dit wel zo is, ontbreekt het ons aan niets?

 

Jantje haar leven, een leven van bijna honderd jaar, een leven waaruit andere levens zijn voortgekomen. Een leven en andere levens met mooie kanten, maar ook een leven en andere levens van hard werken, met ontberingen en met gemis. Hoe is Jantje haar leven en ook ons leven te rijmen met deze woorden uit deze mooie psalm van David.

We haalden een joodse uitleg aan die de psalm in het licht zet van de uittocht uit Egypte, als een lied voor onderweg op een weg waarin we tekortkomen.

We gaan door het leven heen dat in zijn hardheid soms geen wegkomen, kent en soms geen luwte heeft. Maar als we deze mooie psalm zien als een uittocht lied, dan gaat het lied over de weg die wij gaan naar een nieuw land, naar een nieuw bestaan. En onderweg missen we de vleespotten van Egypte, hebben we ontberingen. Maar God gaat als een herder voorop. Hij geeft ons manna, een zwerm vogels, daglicht, moed, geloof en hoop. En met dit alles kunnen we door het leven heen.

 

 

In dit lied ervoer Jantje God als een bron, als voeding om uit te leven. Vanuit dit lied hebben we afscheid genomen van Jantje Kruizenga – Jongman.

De Herder die zijn schapen zoekt

bij name noemt en hen met liefde weidt,

die voor hen uit … de ruimte zoekt,

en hen thuis brengt uit hun nacht van eenzaamheid.

 

Hij zoekt ons overal

En brengt ons naar het dal,

Waar ’t lam weer met de leeuw verkeert,

de vrede leert aan wolf en beer.

Lof zij de Heer!

 

Amen.

 

                                                                              Marleen Stokroos