Een Herfstgebed

 

Als de bomen kaler en kaler worden,

als we door de bomen

heen kunnen kijken,

als we weer verder kunnen kijken,

zien we wat verborgen lag.

 

Als het grijzer en donkerder wordt,

de winter zich aankondigt,

als we de gordijnen vroeger sluiten

meer naar binnen gericht leven,

als we zoeken naar geborgenheid

en samenhorigheid,

zien we elkaar meer.

 

Als het kaler en kaler wordt

in ons eigen leven,

mensen om ons heen wegvallen,

als het rammelt

aan de ramen van ons levenshuis,

zien angst en onzekerheid hun kans

 

Als de dagen grijzer

de avonden langer worden,

als levensmoeheid ons soms overvalt,

dan groeit het verlangen

om verder te kunnen kijken,

dan beginnen we uit te zien

naar nog verborgen licht.

 

Dan ontspruit de knop van hoop, die ons zegt:

‘Het komt goed…

de Algoede zal zich laten zien…’

 

Dan kunnen we verwachten

en ons openstellen…

 

                                               Van Marinus van den Berg

                                               (Uit: Om levensmoed)