Korte meditatie

 

De meimaand vind ik een van de mooiste maanden van het jaar. De natuur is dan op z’n mooist.

Al fietsend van Sauwerd naar Baflo, langs het fluitenkruid en de bloeiende meidoorn. Zo’n haag van in-witheid waar je dan doorheen fietst.

De bermen die tegenwoordig niet meer zoveel gemaaid worden. We kunnen weer genieten van een rijkdom aan bloemen en grassen, aan kleuren en vormen.

De bomen die weer volop in hun jonge bladeren zijn gaan staan.

De tuinen waarin je ziet en denkt: “hé, dat komt ook weer op”.

En het gebeurt, uit zichzelf elk jaar opnieuw. Zomaar!?

Nieuw leven laat zich zien.

Gods schepping laat zich zien.

God laat zich zien.

Sybrand van Dijk schreef ooit in zijn blog over de paardenbloem. Een bloem die bij ons niet altijd zo geliefd is. Een bloem die veelvuldig en hardnekkig de kop kan opsteken op plekken waar wij hem eigenlijk niet willen hebben. Een bloem die zoveel levenskracht in zich heeft dat hij zich zelfs op de meest dorre plekken, tussen zand en stenen en soms zelf tussen betonscheuren door, staande weet te houden.

En Sybrand vergeleek de kracht van deze bloem met Gods Liefde. Gods Liefde kent een hardnekkigheid te vergelijken met de paardenbloem. Een hardnekkige, nooit aflatende liefde die soms zomaar ergens, waar je hem niet verwacht de kop opsteekt. En dit blijft doen.

Het is een beeld dat ik koester. De paardenbloem is een bloem dat je van vroeg tot laat in het jaar kan zien bloeien. De kracht en de hardnekkigheid laat zich lang zien. Maar in de meimaand vind ik de vergelijking het mooist. Dan staan de velden weer vol met deze mooie gele bloemen. En niet alleen met deze gele bloemen, met vele mooie bloemen.

God laat zich zien in al Zijn veelkleurigheid. En wij mogen daarvan houden.

Het brengt me vanzelf naar het prachtige lied “Zolang er mensen zijn op aarde”, lied 981 geschreven door Huub Oosterhuis.

Zolang er mensen zijn op aarde,

zolang de aarde vruchten geeft,

zolang zijt Gij ons aller Vader,

wij danken U voor al wat leeft.

 

Zolang de mensen woorden spreken,

zolang wij voor elkaar bestaan,

zolang zult Gij ons niet ontbreken,

wij danken U in Jezus' naam.

 

Gij voedt de vogels in de bomen,

Gij kleedt de bloemen op het veld,

o Heer, Gij zijt mijn onderkomen

en al mijn dagen zijn geteld.

 

Gij zijt ons licht, ons eeuwig leven,

Gij redt de wereld van de dood.

Gij hebt uw Zoon aan ons gegeven,

zijn lichaam is het levend brood.

 

Daarom moet alles U aanbidden,

uw liefde heeft het voortgebracht,

Vader, Gijzelf zijt in ons midden,

o Heer, wij zijn van uw geslacht.


Zolang er mensen zijn op aarde is het eerste kerklied van Huub Oosterhuis. "Op de fiets geschreven, in november 1959, tegen de wind in, van Winsum naar Groningen. Daar heeft hij het in haast opgeschreven en 's avonds tijdens het lof gezongen, begeleid door een saxofoon, op de melodie van O Heer, Gij zijt mijn god en here". (Bron: Licht dat aan blijft, p. 19). (https://kerkliedwiki.nl/Zolang_er_mensen_zijn_op_aarde).

 

Ik wens het u toe, dat u zich gedragen weet in Zijn hardnekkige, nooit aflatende en onverwachts de kop opstekende Liefde.

Hartelijke groet, Marleen Stokroos