Het opvallend ruime interieur is gevuld met voornamelijk 19de eeuwse banken. Van de herenbanken is er een gedateerd, 1878. De kerk heeft in 40 jaar tijds drie preekstoelen gekend: een 17de eeuwse kansel ging bij een brand op 5 oktober 1947 verloren. Toen volgde er een platformpreekstoel in moderne vormen, die echter bij de restauratie afgelost werd door de preekstoel uit de kerk van Engelbert, die uit het midden van de 17de eeuw stamt. Dit meubel is nog uitgevoerd in de trant van Vredeman de Vries, maar heeft al naar het barokke neigende paneelvullingen. Op grond hiervan behoort hij tot het zogenaamde Tinallinger type. De oude, kleine klankkaatser bleef bewaard. Veel klankborden zijn namelijk in later tijd vergroot. Ten behoeve van de plaatsing in Baflo werd de trap verlengd en werden er nieuwe kuippanelen bijgemaakt.

Zowel achter de gecanneleerde zuiltjes als op de in gezwenkte korbelen onder de kuip het zogenaamde ‘geteld geld’ motief voor. De kuip bevat inlegwerk in edele houtsoorten. Enkele banken rond de kansel moesten plaatsmaken voor stoelen. Op het koor bevindt zich een avondmaalstafel met een marmeren blad. Enkele aardige funeraire attributen werden bewaard: een rouwbord voor Johan Horenken, gestorven in 1654 en een verzameling naamplaten van doodkisten op beschilderd blik uit de late 17de en vroege 18de eeuw.

Bron: Historische Kring / G.J. Sikkema