(Bij 1 Corinthiërs 13)

 

Het belangrijkste

 

Al heb ik nog zo’n talent voor talen

en kan ik me verstaanbaar maken

in welke taal dan ook,

als ik geen liefde heb,

kom ik niet over.

Dan ben ik niet meer dan

een tetterende radio

die overal bovenuit schreeuwt

maar anderen niet aan het woord laat.

 

Al heb ik het talent

om in de toekomst te kijken

al weet ik alles wat er te weten valt

en heb ik een geloof dat bergen verzet,

als ik geen liefde heb,

ben ik een nul.

 Al ben ik in staat

om alles weg te schenken

en mezelf helemaal op te offeren

voor wie in nood is,

als ik daarbij geen liefde voel,

levert dat helemaal niets op.

 Liefde is geduldig,

daar zit geen kwaad bij.

Liefde kent geen jaloersheid,

is niet opschepperig of verwaand.

Ze is niet kwetsend of met zichzelf bezig.
Liefde laat zich niet boos maken,

ze maakt anderen geen verwijten.

Ze verheugt zich niet over onrecht

en is blij als de waarheid boven water komt.

Ze verdraagt, ze gelooft, en hoopt en houdt vol.

 Waar mensen allemaal toe in staat zijn

-          alles wat ze kunnen en kennen –

dat zal ooit nog eens vergaan.

Maar de liefde blijft.